Contextueel werken met ouders in en na scheiding
Beide ouders hebben erkenning nodig voor hun pijn en investeringen. We helpen hen door op een verbindende manier erkenning te geven voor pijn, verdriet en boosheid zonder mee te gaan in beschuldigingen naar de andere partner en/ of andere personen.
Ouders kunnen, als daar ruimte voor ontstaat, het best geholpen worden door de eigen familiegeschiedenis te onderzoeken. Hoe hebben ouders zelf zorggedragen in hun gezinnen van herkomst? Welke feiten waren belastend en hebben veel van hen gevraagd? Hoe hebben zij gezorgd voor hun ouders? Welke nood hadden deze ouders?
Als ouders zicht krijgen op hun eigen geven en parentificatie, wordt het ook makkelijker om te zien hoe de eigen kinderen, ieder op een eigen manier, ‘’de schoudertjes” onder het gezin zetten.
Tijdens gesprekken met ouders vragen we daarom ook telkens naar de positie van de kinderen. Wat hebben zij nodig? Hoe kunnen kinderen openlijk loyaal blijven naar beide ouders? Vanuit de grondhouding van meerzijdig gerichte partijdigheid is de contextueel werker telkens benieuwd naar hoe het met iedereen in de context gaat. De bezorgdheid gaat eerst uit naar jonge, kwetsbare kinderen. Ouders zijn meestal aanspreekbaar op hun behoedend ouderschap. Ouders hebben daarbij hulp nodig om telkens het belang van de kinderen te blijven zien en hiernaar te handelen.
In de moeilijke omstandigheden van een scheiding zoeken we naar relationele hulpbronnen (resten van betrouwbaarheid tussen mensen) in de context van het gezin. Kunnen opa’s, oma’s, ooms, tantes, vrienden van ouders, buren helpen om samen goed voor de kinderen te zorgen?
Door het maken van een genogram bij de start van de begeleiding en dit te verbinden met alle balansen van geven en ontvangen, wordt gelijk een start gemaakt met dit proces.
Tekst: Pieterjan van den Akker