Broers en zussen en de draagkracht binnen een familie
Gewoonlijk hebben broers en zussen de langst durende relatie met elkaar. Je wordt geboren met dezelfde ouders of ouder en je hebt dezelfde context.
De relatie tussen broers en zussen wordt het meest beïnvloed door de ouders. Alle kinderen willen geven aan hun ouders, maar kunnen dat binnen een gezin op totaal verschillende manieren doen. Meestal nemen broers en zussen verschillende opdrachten op zich die we herkennen als verschillende vormen van parentificatie. Voor kinderen kan het erg moeilijk zijn om van elkaar te zien dat er op een andere manier wordt gegeven. Het perfecte kind komt al snel lijnrecht tegenover de zondebok te staan. Kinderen kunnen verschillende delegaties op zich nemen. Als ouders niet goed in staat zijn om in dialoog het erfgoed uit hun eigen families van herkomst samen te voegen, zullen kinderen zich gedwongen voelen om te kiezen en komen ze terecht in een gespleten loyaliteit.
In de contextuele hulpverlening is het belangrijk om te onderzoeken of broers en zussen betrokken kunnen worden. Het op gang brengen van de dialoog tussen broers en zussen vergroot het vertrouwen en de draagkracht binnen een familie. Als ouders zijn overleden, kunnen broers en zussen elkaar helpen bij het ontschuldigingsproces. In het dialogisch proces komen nieuwe feiten aan het licht. Broers en zussen hebben andere gebeurtenissen meegemaakt en andere kennis over ouders en elkaar. Het meenemen van een broer of een zus die je client vertrouwt, levert altijd veel op. Via de feiten komen we de verdiensten van beiden op het spoor.
Door vanuit de meerzijdig gerichte partijdigheid met cliënten en een zus of broer in gesprek te gaan, wordt steeds meer veilige en verbindende taal in het familiewoordenboek opgenomen. Als het vertrouwen tussen broers en zussen toeneemt, neemt ook de gezamenlijke draagkracht toe.