“De contextuele benadering berust
op het ethisch perspectief
dat mensen vóór alles
verantwoordelijk zijn voor elkaar” 

citaat I.B. Nagy

Gedachtegoed

THERAPEUTISCHE UITGANGSPUNTEN

De afgelopen 50 jaar is in binnen- en buitenland de unieke meerwaarde van het professioneel handelen vanuit het contextueel gedachtegoed van professor I.B. Nagy ruimschoots bewezen. Binnen het hele spectrum van welzijn, onderwijs en hulpverlening werden inmiddels vele mensen opgeleid die de focus op de billijke wederzijdse belangenbehartiging gericht houden en zich de grondhouding van de meerzijdige partijdigheid hebben eigen gemaakt.

De relationele werkelijkheid, 4 dimensies​

Vooreerst brengt professor I. B. Nagy een ordening aan in de relationele werkelijkheid zoals die zich in elk mens voordoet. Drie dimensies waren in de hulpverlening reeds bekend. Hij voegt als eerste en enige een vierde dimensie toe. Het in kaart brengen, uitdiepen en hanteerbaar maken voor de  hulpverlening van deze existentiële dimensie werd zijn levenswerk. In zijn contextuele benadering integreert hij de vier dimensies nadrukkelijk.

  • De dimensie van de feiten

Te denken is onder meer aan geboorte, ziekte, overlijden, oorlog, sociaaleconomische achtergrond en andere. Omdat levensfeiten relationele consequenties hebben vragen ze steeds zorgvuldige aandacht.

  • De dimensie van de psychologie

In brede zin omvat deze dimensie alle elementen waarmee de traditionele psychodynamica en individuele psychotherapie werkt.

  • De dimensie van de interacties

Dit is het terrein van de klassieke systeem benadering en gezinstherapie waarbij de aandacht gericht is op communicatie, relatiepatronen, machtsverhoudingen, de geïdentificeerde patiënt, het zondebokmechanisme, gezinsmythes, en zo meer.

  • De dimensie van de relationele ethiek

Deze vierde dimensie, waarin de kernmerken van de eerste drie dimensies als indicatoren worden gebruikt, richt zich op de rechtvaardigheid en het vertrouwen tussen mensen. Belangrijke begrippen in dit relationeel ethische werkveld zijn loyaliteit, de balans van geven en ontvangen, erkenning, parentificatie, destructief gerechtigde aanspraak, roulerende rekening, hulpbronnen e.a., binnen het dialogische proces van billijke wederzijdse belangenbehartiging.

Door het uitgebreid beschrijven van deze vier dimensies/aspecten van de relationele werkelijkheid wijst professor I.B. Nagy er vooral op dat enkel door toevoeging en integratie van de vierde dimensie, de cliënt en zijn dierbaren in hun volledige existentie gezien en recht gedaan worden.

Ieder mens maakt deel uit van een weefsel van intermenselijke verbanden en intergenerationele balansen waarbinnen zijn vertrouwen beschadigd kan worden. Het is van existentieel belang dat onrecht t.g.v. beschadigd vertrouwen erkenning krijgt, dat ook verdiensten in een balans erkend worden en dat onverwachte resten van vertrouwen als hulpbronnen door de hulpverlener worden aangewend. De existentiële diepte van deze vierde dimensie is de absolute meerwaarde van de contextuele visie. De laatste dimensie vormt dus de belangrijkste leidraad voor alle contextueel werkers.

De andere drie dimensies blijven van belang omdat ze belangrijke indicatoren voor recht en onrecht in iemands leven en relaties aan het licht brengen. Als contextueel werker leert men de relationeel ethische dimensie met de andere drie dimensies te verbinden. Daardoor nemen ook de therapeutische- en preventieve mogelijkheden toe.

Loyaliteit , een kernwoord

De band tussen ouders en kinderen is onverbrekelijk. Door deze verticale loyaliteit zijn ouders voor altijd ouders van dat specifieke kind en zijn kinderen voor altijd kind van die specifieke ouders.

Loyaliteit is in deze zin een zijnsgegeven. Naast deze zijnsloyaliteit staat de verdiende loyaliteit. Tijdens het leven kruisen verticale en horizontale verbindingen elkaar waardoor loyaliteitsconflicten vaak onvermijdelijk zijn. Ontkenning van de verticale loyaliteit zal ernstige gevolgen hebben voor alle betrokkenen en beïnvloed het welzijn van de volgende generatie. Negeren van horizontale loyaliteit heeft eveneens negatieve gevolgen voor menselijke  relaties.

Veelzijdige partijdigheid, de grondhouding van de contextueel werker

Ieder mens is van oorsprong “ingeweven” in een familiaal netwerk en gaat naast zijn existentiële banden ook nieuwe verbindingen aan. Daardoor is ieder mens per definitie meerzijdig betrokken op- en loyaal aan meerdere personen. 

Daarom wordt van de contextueel werker verwacht dat hij zich de grondhouding van veelzijdig gerichte  partijdigheid eigen maakt. Vanuit deze verantwoordelijkheid is de contextueel werker begaan met- en geïnteresseerd in iedereen die door zijn hulpverlening wordt beïnvloed. Als de contextueel werker werkt met één persoon houdt hij de belangrijke balansen van geven en ontvangen in het intergenerationele netwerk over minimaal 3 generaties voortdurend in het oog. Ook de belangen van de komende generaties krijgen daarbij aandacht. Hij werkt actief met de cliënt en andere betrokkenen aan het erkenning geven voor onrecht, het zichtbaar maken van verdiensten en het herstel van vertrouwen. Dit komt zowel de huidige generatie als de komende generaties ten goede.

De contextueel werker heeft de taal van billijke wederzijdse belangenbehartiging tot tweede natuur gemaakt en zet de cliënt er toe aan om in zijn eigen context diezelfde verbindende taal te spreken. Door deze veelzijdig partijdige grondhouding en de verbindende taal kan wederzijds rechtgedaan  worden en wordt nieuw vertrouwen geïnstalleerd.

Maatschappelijke relevantie

Ook met het oog op een beter begrip van- en omgaan met maatschappelijke problemen,    belangengroepen en conflicten is de contextuele visie van grote betekenis. Gezien de complexe toestand waarin de mensheid zich momenteel bevindt, kan onderstaand citaat van professor I. B. Nagy  over groepsloyaliteit als drijfveer voor terrorisme, inspirerend zijn.

“Zoals in het klein families dikwijls niet kunnen geloven dat in het asociale gedrag van delinquente jongeren aspecten van loyaliteit aanwezig zijn, zo gebeurt dat in het groot bij regeringen. Zij hebben vaak de neiging uitsluitend het destructieve karakter te zien van zelfhandhaving van minderheidsgroepen en hun aanspraken op loyaliteit met hun minderheidsgroep in twijfel te trekken. Vanuit hun eigen optiek voelt de regerende meerderheid en de van hun zelfbeschikking beroofde minderheid zich in het ongelijk gesteld en dat zijn ze ook. Onder zulke omstandigheden is het niet reëel van ieder van de partijen te verwachten dat ze zich naar alle kanten rechtvaardig gedragen. Dat mag hen er echter niet van weerhouden een constructieve regeling in te voeren voor een rechtvaardigheid of billijkheid die zich ook bekommert om zelfbewuste loyaliteitsgroepen.

Zoals meerzijdige billijkheid een delinquente jongere helpt op constructieve manier uiting te geven aan zijn behoefte aan erkenning voor zijn verborgen loyale inzet voor zijn familie, kan zij ook groepsleden helpen creatieve middelen en manieren te vinden om hun loyaliteit te bewijzen.

Nieuwe initiatieven zijn nodig om uit de uitzichtloze situatie te geraken, waarin de wereld met betrekking tot het politiek terrorisme terecht is gekomen. Zo”n weg zou kunnen leiden tot het instellen van een platform ( Forum for intergroup process, FIP) voor kwesties tussen groeperingen. Een opdracht voor een dergelijk platform zou het opstellen van grondbeginselen voor een met alle betrokkenen rekening houdende billijkheid kunnen zijn. Met de poging te omschrijven wat een aanspraak op groepsloyaliteit legitiem maakt, zou een dergelijk forum ertoe kunnen bijdragen dat veel gewelddadig bloedvergieten wordt voorkomen; het zou ermee een nu bestaande leemte in het internationaal systeem kunnen opvullen.“

Citaat uit: I.Boszormenyi-Nagy “Grondbeginselen van de contextuele benadering”, Hoofdstuk IX “Groepsloyaliteit als drijfveer voor politiek terrorisme”, De Toorts, 2000, p.174-175, vertaling: Nelly Bakhuizen.

Sluit Menu